|
Synthese van de enquête onder afgestudeerde VUB-biologen
1988-1998
Nico KOEDAM - juli 2001
Inleiding en
doelstellingen
In discussies rond programmahervormingen stappen wij soms in de schoenen van
de toekomstige afgestudeerde, zonder eigenlijk te weten waar die eindigt en
wat zijn of haar noden zijn. Niets leek eenvoudiger dan een retrospectief
beeld op te bouwen door afgestudeerden zelf te vragen hoe zij hun (VUB-)studie
en diploma inschatten. Dit bleek echter wat minder simpel dan aanvankelijk
gedacht : vaak raakten we het spoor van afgestudeerden bijster en de talloze
tussentijdse programmahervormingen en docentenaanstellingen maakten dat sommige
antwoorden in de huidige context alleen nog een historische waarde hebben.
Van alle afgestudeerden in de periode 1988-98 antwoordde ongeveer een derde,
een behoorlijke score voor dit type enquêtes, maar met 27 antwoorden
ook geen aanleiding tot diepgravende statistiek. Toch geeft het geheel een
behoorlijk beeld, met name dankzij de verbale commentaren, dat hier kort
gesynthetiseerd wordt. Meer gedetailleerde informatie kan aan de Vakgroep
Biologie gevraagd worden.
Resultaten van de enquête onder VUB-afgestudeerden
De meeste respondenten onder de biologie-afgestudeerden van de VUB werden nu
gevonden in de wetenschappelijke beroepssector (incl. medisch-wetenschappelijk
of industrieel-wetenschappelijk), vrij gelijkmatig gevolgd door functies
in het onderwijs, in het natuur- en milieubeleid en in algemene administratieve
diensten.
Een diploma lic. Biologie was voor het huidige beroep slechts in
de helft van de gevallen vereist, een academische opleiding echter voor bijna
allen, zeker indien van doorgroei en promotie sprake was.
Was
het diploma lic. Biologie vereist voor deze job ?
|
|
|
Een bijkomende onderwijsopleiding werd vaak genoten (helft van
de respondenten), veel minder biologen zochten nog een bijkomende wetenschap-,
taal- of ICT-opleiding.
Het zoeken naar werk vond de meerderheid van de afgestudeerden die effectief
zochten (dit is niet het geval voor allen), makkelijk of niet al te moeilijk
(meer dan 80%). Een derde oefent nog het eerste beroep na het afstuderen
uit.
Hoe
verliep het zoeken naar werk ?
|
|
|
De VUB-opleiding bleek t.o.v. afgestudeerden van andere instellingen even goed
(de helft van de respondenten). Slechts 4 respondenten vonden de opleiding
zwakker (de overigen sterker of geen mening).
Hoe
verhoudt de VUB-opleiding zich t.o.v. die van collegae met vergelijkbare
opleiding ?
|
|
|
Belangrijk is echter dat velen opmerkten dat de VUB-opleiding anders is.
Dit uitte zich vnl. positief in de onafhankelijkheid die een VUB-afgestudeerde
heeft leren ontwikkelen en in het integrerende (allround) karakter
dat de opleiding heeft. Het aanscherpen van een kritische geest wordt ook vaak
als kenmerkend voor de VUB-opleiding gemeld. Het voordeel van de kleine groepen
met intens contact tussen studenten en onderwijzend personeel wordt vaak benadrukt.
Een pak feitenkennis (bv. veldkennis, parate kennis fauna en flora) wordt (of: werd)
aan de VUB dan blijkbaar weer minder gegeven en gevraagd dan de conceptuele
studie en de vaak gemelde zelfstandige ontplooiing.
Om heel verschillende redenen (vergemakkelijkte professionele relaties, bijscholing,
)
wordt door de respondenten verder contact met de VUB op prijs gesteld.
Besluit
Ondanks de beperkte staalname, kan een redelijk samenhangend en positief beeld
opgebouwd worden. Uiteraard gaf de enquête niet alleen een mooi
weer-verhaal. De gemelde negatieve aspecten gingen echter in allerlei
richtingen en bleken zeer specifiek geformuleerd te zijn t.o.v. bepaalde
beroepsbehoeften. Belangrijk is dat de afgestudeerde biologen gemakkelijk
werk vonden (de enquêtering omvat nochtans ook een moeilijker werkloosheidsperiode)
en zich hierin zonder probleem handhaven door hun ook in vergelijking met
anderen goede opleiding. Meer feedback en contacten met de VUB zijn gewenst.
|