Bioethiek & Biologie studeren aan de VUB

VUB Biologie: het Bio-Ethiek Charter.

Download als PDF

Het departement Biologie heeft een "bioethiek charter" geschreven voor studenten die biologie wensen te studeren aan de VUB om het probleem van proefdiergebruik tijdens de studies te benaderen

1. Biologen kunnen niet ontkennen dat veel biologische kennis gebaseerd is op vroegere en/of actuele dierproeven. De biologie kan ook niet ontkennen dat er vaak zinnige alternatieven aanwezig zijn.

Aangezien daarenboven de filosofische opties zo talrijk zijn kan het departement biologie van de VUB overwegen taken voor te stellen aan studenten die, voor gemotiveerde redenen, geen dieren wensen te ontleden of die niet op dieren wensen te experimenteren. De VUB beschouwt nochtans dat dierproeven verder van belang zijn in vele research georiënteerde programma's.

Daar waar dierproeven nog altijd onontbeerlijk lijken, wordt door de VUB-labo's het concept van de 3 R's toegepast ("Reduction, Refinement, Replacement") :

- "Reduction" (vermindering) van het aantal dierproeven door bv. alternatieve methoden te gebruiken, een goede statistische methode te voorzien, inteeltstammen i.p.v. heterogene natuurlijke populaties te gebruiken ;

- "Refinement" (verfijning) van in vivo methoden door bv. proefdieren te vervangen door dieren die reeds voor andere doeleinden gekweekt worden (bv. in het kader van dissecties), door pijn en stress te vermijden ;

- "Replacement" (vervanging) van dierproeven door alternatieve methoden zoals in vitro methoden.

Voor het onderwijs zullen dierproeven niet specifiek op practica afgesteld worden maar zal gebruik gemaakt worden van proeven die reeds in het onderzoek ingeschakeld werden.

2. Laboratoria, waar dierproeven als onontbeerlijk beschouwd worden, zullen een charter samenstellen waar minimale vereisten zullen opgesteld worden en waaruit zal blijken dat lijden geminimaliseerd zal worden.

In alle andere gevallen waar alternatieven mogelijk zijn, zouden de studenten een taak toegewezen krijgen op voorwaarde dat :

- ze hun motivaties schriftelijk vermelden aan de voorzitter van de werkgroep en hun motivaties kaderen in een filosofische "taak" omtrent dierlijke en/of menselijke experimenten (die in 1ste licentie zal geschreven worden) ;

- in plaats van deze experimenten zouden taken opgelgd worden die minstens als equivalent tot de practica vereisten beschouwd kunnen worden en voor de studenten uiteraard leerrijk zijn ;

- deze regeling slechts geldig zou zijn voor dissecties en experimenten op vertebraten ;

- deze regeling geen betrekking zou hebben op biologisch materiaal (cellen, weefsels en embryo's) afkomstig van vertebraten.

3. De VUB wenst studenten te vormen met een kritische geest in termen van wetenschappelijk onderzoek en van filosofische overtuiging, het voorstel houdt rekening met beide aspecten door aan de student te vragen :

- een taak op filosofisch niveau voor te stellen ;

- een taak waar persoonlijke bijdrage aanwezig moet zijn

Terug naar boven

Dieren: een definitie probleem Dierproeven:
een filosofisch probleem
Prof.Dr. Charles SUSANNE

Prof.Susanne is een VUB specialist in bioethiek.

Download als PDF
Van Antropocentrisme tot Ecofilosofie:

Antropocentrisme, hier gedefinieerd als de idee dat het menselijk belang moet domineren over het belang van dieren of dit van de natuur is een constante in de Westerse filosofie. Het Judeo-Christianisme stelt een hiërarchie van de natuur voor waar alleen de mens naar het beeld van God gecreëerd werd.

In tegenstelling tot het antropocentrisme bestaan er 2 andere wijzen van denken : dierenethiek en milieuethiek.

In dierenethiek wordt het kenmerk van rationaliteit niet gebruikt om een onderscheid tussen mens en dier voor te stellen (dit onderscheid wordt trouwens als arbitrair beschouwd). Tot de menselijke soort behoren is niet voldoende, of zelfs niet relevant. De menselijke soort verdedigen zou even ontoelaatbaar zijn als racisme bepleiten (Peter Singer, 1975 ; Tom Regan, 1983).

Milieuethiek promoveert eerder biocentrisme en een holistische benadering van de natuur. Voor biocentrisme is het niet alleen de mensen, zijn het niet alleen levende organismen, maar de biosfeer zelf die respect verdient. De mens is niet gescheiden van maar is een deel van de natuur (Lynton Caldwell, 1984 ; John Callicott, 1986).

Het is dus niet verwonderlijk dat sommige auteurs het concept morele gemeenschap uitbreiden, niet alleen tot mensen en dieren, maar ook tot planten en zelfs tot ecosystemen (aarde, zee, rivier, gebergte, ...) (Aldo Leopold, 1949).

Sommige ecofilosofen verlaten totaal de traditionele wegen van het antropocentrisme om een holistisch standpunt in te nemen (Arne Naess, 1984 ; Hans Jonas, 1966). Voor de Diepte Ecologie (Deep Ecology) heeft het geheel een morele waarde, niet meer de personen of levende organismen zijn van belang. Wij zijn maar een deel van de natuur en van een ecosysteem, onze acties hebben maar waarde indien ze voordeel (stabiliteit, integriteit, ...) opleveren voor het ecosysteem (ecocentrisme).

Sommige auteurs refereren naar Gandhi of Gaia (de biosfeer zou een homeostatisch systeem vormen dat spontaan leven zou perpetueren) (James Lovelock, 1979). Andere auteurs vertonen tendensen van mysticisme en zelfs van ideologische manipulatie ("Let us return to Nature").

In de jaren '80 heeft zich een radicalisering en een politisering van de Animal Liberation Movement voorgedaan. Een groot gedeelte van het publiek is gevolgd. Dit heeft verschillende redenen :

1. vrijheidsbewegingen : kolonialisme, racisme en seksisme werden meer en meer bestreden, de limieten van de soort werden minder en minder duidelijk ;

2. intelligentie van dieren, evenals hun capaciteiten van perceptie, werden meer en meer belicht door wetenschappelijk onderzoek ;

3. de geest werd als een product van het centraal zenuwstelsel geanalyseerd ; biologische en biochemische mechanismen werden duidelijk ; de geest werd als het ware gematerialiseerd ; men stelde een gelijkaardige evolutie vast tussen mens en dier ;

4. het concept "persoon" werd in vraag gesteld ; de definitie van de persoon is een centraal thema in veel ethische debatten (van abortus en in vitro bevruchting tot de definitie van de dood) ;

5. milieubescherming heeft het globaal karakter van de natuur belicht.

 

Definitie van een "Persoon" :

De definitie van Kant is de klassieke en meest gebruikte : een rationeel en respectvol individu. In deze definitie staan intelligentie en vrijheid centraal. Deze definitie is nochtans moeilijk te gebruiken wanneer men van het klassiek concept van persoon afwijkt. Dit komt omdat intelligentie een probleem van grenzen stelt. Daardoor is de definitie moeilijk te gebruiken in een vergelijking tussen verschillende menselijke toestanden en ook in de vergelijking mens-dier.

Voor de definitie van dieren (van de "dierlijke persoon") kunnen verschillende filosofische regels toegepast worden ; in toenemende mate van respect voor dieren kunnen zij als volgt verduidelijkt worden :

1. het reflexniveau van een dier wordt als te laag beschouwd : een dier zou niet meer waarde hebben dan een object (res corporalis) ;

2. een dier zou mogen gedood worden ten voordele van de mens of van een ander dier op voorwaarde nochtans dat de voordelen de nadelen zouden overtreffen ;

3. mensen hebben een morele verplichting tegenover dieren omdat mensen op deze wijze de morele waarde van menselijkheid beschermen ("Tender feelings towards dumb animals develop human feelings towards mankind" volgens Kant) ;

4. dieren hebben een zeker niveau van denkvermogen en hierdoor een zekere waarde, maar deze waarde komt in competitie met andere waarden zoals medische vooruitgang ;

5. dieren hebben een niveau van denkvermogen dat als equivalent beschouwd wordt met dit van mensen, zij hebben dus morele rechten gelijkwaardig met die van mensen.

 

Definitie van een "Dierlijk Persoon" :

Wat betekent het woord "dier" in de context van dierenbescherming ? Is het een wetenschappelijke definitie in de zin van "wat niet behoort tot het plantenrijk" ? (Dit lost het probleem van sommige groepen, zoals protozoa, niet op.) Zijn slechts sommige klassen van dieren bedoeld (vertebraten, warmbloedige vertebraten, hogere vertebraten, ... ) ?

Dit filosofisch probleem is gemeenschappelijk voor veel ethische problemen : men vraagt in een continuüm van mogelijkheden een (arbitraire) limiet te stellen. De definitie van het begin van het menselijk leven, de definitie van de dood, de definitie van Homo sapiens in het kader van de evolutie, enz. zijn problemen die vereisen dat men een (arbitraire) grens zou stellen.

Waar het gaat over lagere limieten is het concept dier nog labieler, zeker in termen van dierenbescherming. De "Cruelty to Animals Act, 1876" maakt het verschil tussen invertebraten en vertebraten. Waarom niet ? Dit betekent echter dat men wel met reptielen, kikkers, vissen, enz. rekening moet houden maar dat wreedheid t.o.v. invertebraten (insekten, spinnen, krabben, kreeften, ...) niet bestaat.

De "Animal Liberation Movement" vermijdt het probleem van definitie te bespreken en beperkt zich meestal tot voorbeelden van hogere vertebraten en van huisdieren.

 

"Let Us Return to Nature" :

In onze maatschappij wordt ideologische manipulatie aanvaard, of minstens geduld. Wetenschappelijke voorstellen worden in een eerste fase traditioneel op argwaan ontvangen.

"Laat ons terugkeren naar de natuur" is het resultaat van zo'n ideologische manipulatie, het is een begrip dat trouwens door de eeuwen heen werd gebruikt. Het is gebonden aan angst voor het onbekende, met nostalgie naar het verleden, met een weigering om verantwoordelijkheden t.o.v. de toekomst te willen opnemen, een nalatigheid t.o.v. de ethiek van de mens van het gewicht van menselijk leed.

"Medical science has probably reached its extreme limits. It has nothing more to learn". Deze zin klinkt modern maar werd in 1885 geschreven door Sir George Duckett. Maar even modern is de zin "I know medicine cannot progress without experimentation on living animals and I am deeply convinced that whoever delays biomedical research commits a crime against humanity" (Ch. Darwin, 1882).

 

Alternatieve Methoden voor Dierproeven:

Het is overbodig te herinneren dat de biologische wetenschappen dierlijke experimenten gebruikt hebben, en nog steeds gebruiken. De dierlijke en humane fysiologie, het gebruik van inentingen, hormonen en vitaminen, onze hele farmacologie, chemotherapie, de evolutie van heelkunde en contraceptie, de controle van chemische stoffen, cosmetica en pesticiden, enz. vinden hun wortels in dierlijke experimenten. De hedendaagse pathologie is uiteraard verschillend van de pathologie van gisteren en de pathologie van morgen zal nog verschillend zijn van die van vandaag. Kanker, AIDS, congenitale ziekten, neurale ziekten, enz. zullen sommige antwoorden verschaffen dankzij moleculaire biologische studies en dierlijke experimenten. Geneeskunde werd wetenschappelijk door experimentele studies op dieren (Cl. Bernard, 1865).

Voornamelijk muizen, ratten, vogels, konijnen, cavia's, hamsters en vissen worden gebruikt ; honden, katten, varkens, paarden en primaten vertegenwoordigen minder dan 5% van de gebruikte diersoorten waarop geexperimenteerd wordt. De onderzoeken betreffen voor 20-25% farmacologische effecten, 15-20% inentingen testen, 15-20% toxicologische studies en 10-15% kankerstudies (van Zutphen et al, 1993).

Alternatieve methoden vervangen het gebruik van levende dieren door niet-voelend materiaal. In vitro methoden kunnen organen, weefsels, celculturen of geïsoleerde cellen gebruiken.

ECVAM (Europees Centrum voor de Validatie van Alternatieve Methoden) werd opgericht door de EU met als taak de coördinatie van de validatie van alternatieve testmethoden.

In vitro technieken kunnen vaak veel beter de effecten op cellulair niveau opsporen daar waar in vivo testen veel meer beschrijvend blijven. De vooruitgang van deze testen in de laatste decennia maakt dat dierproeven slechts aanvaardbaar worden wanneer er geen alternatieve methode bestaan die hetzelfde onderzoek toelaten. Uiteraard zullen deze proeven slechts toelaatbaar zijn wanneer een klein aantal dieren gebruikt wordt en in omstandigheden waarbij pijn en stress tot een minimum herleid is.

 

Conclusie:

Is het correct een dier (of de natuur) iets aan te doen dat wij niet een persoon zouden aandoen ? Is het correct iets een menselijk persoon aan te doen dat wij een dier (of de natuur) zouden kunnen aandoen ? Alleen reeds de manier van vraagstelling geeft een optie op het antwoord. Het antwoord hangt af van de manier waarop men de natuur beschouwt.

De filosofische opties zijn talrijk :

1. antropocentrisme of dierenethiek of milieuethiek ;

2. utilitarisme al of niet aannemen (welk gewicht geven aan de voor- en nadelen) ;

3. definitie van effecten op lange termijn, welke tijdschaal gebruiken, welk gewicht geven aan toekomstige generaties ;

4. definitie van aanneembare risico's.

Aanneembare risico's betekenen problemen van keuze tussen verschillende alternatieven en dus van de filosofie over deze verschillende alternatieven. Zeer zelden zal er een unaniem antwoord zijn ; iedereen geeft meer gewicht aan sommige waarden en "vergeet" er andere. Het enige ethische antwoord is deze complexiteit te erkennen, zo goed mogelijk te beschrijven, alle argumenten kritisch te bekijken, objectieven nauwkeurig te omschrijven en gevolgen van alle opties te bepalen.

Onvermijdelijk zal deze ethiek leiden tot andere ethische vragen zoals het definiëren van de verantwoordelijkheid van de mensheid t.o.v. de natuur.

De voorwaarden om deze verantwoordelijkheden te definiëren zijn dus essentieel. Wij denken dat antropocentrisme één van de regels is (en zal blijven). De reden is eenvoudig : het is, en zal blijven, een discussie omtrent het welzijn van de mens. Maar antropocentrisme zal meer naar de toekomst van de mensheid en naar de rechten van de toekomstige generaties georiënteerd worden.

Natuurlijk is het een oeverloos debat uit te maken wie kan beslissen over welzijn. Natuurlijk zal, om problemen te vermijden, de keuze in een democratisch systeem moeten gebeuren. Natuurlijk kan het ons brengen tot angst voor het onbekende. Natuurlijk zullen de rechten van de toekomstige generaties een beter begrip vereisen van effecten op lange termijn en waarschijnlijk een diepe verandering van mentaliteit in termen van demografie en economie. Natuurlijk zal in demografische termen gezien de contraceptie moeten gepromoveerd worden en de vijandige houding van sommige fundamentalisten veroordeeld worden. Natuurlijk kan het welzijn van mensen leiden tot een discussie over de limieten van de menselijke persoon en van de wijze om deze limieten te beïnvloeden. Natuurlijk kan het ons zelfs brengen tot discussie van de definitie zelf van een persoon.

Literatuurlijst:

- Caldwell, I.K., 1975 : Man and his environment : policy and administration.
New York, harper and Row

- Callicott, J.P., 1986 : The metaphysical implications of ecology.
Environment Ethics, 8 ; 301-316

- Jonas, H., 1966 : The phenomenon of life : towards a philosophical biology.
New York, Harper and Row

- Leopold, A., 1949 : A sound country Almanac, with other essays on conservation from Round River.
New York, Oxford University Press

- Lovelock, J., 1979 : Gaia : a new look at life on earth.
New York, Oxford University Press

- Naes, A., 1984 : A defence of the deep ecology movement.
Environmental Ethics, 6 ; 265-270

- Regan, T., 1983 : The case of animal rights.
Berkeley, University California Press

- Singer, P., 1984 : A defence of the deep ecology movement.
Environment Ethics, 6 ; 265-270

- van Zutphen, L., Beumans, V. en Beyenen, A., 1993 : Principles of laboratory animal science.
Elsevier, Amsterdam

Terug naar boven

Bioethiek Links

* Lees de BIOETHIC News en de lange lijst bioethic links.

* het Raadgevend Comite voor bio-ethiek van Belgie (het officiële comite).

* bioethics.net van de University of Pennsylvania.

 

Terug naar boven

©2005• Vakgroep Biologie - VUB • Pleinlaan 2 • 1050 Elsene • Tel.: 02/629.34.05 • gguns@vub.ac.be